Actie: burgers, bedrijven en politiek

De generaties die in Nederland zijn opgegroeid na de Wederopbouw (na WOII), hebben decennia van minimale spanningen en voortdurende economische verbetering meegemaakt. Gezien de benoemde kwetsbaarheden ziet de toekomst er voor de huidige jeugd en de komende generaties geheel anders uit. Als we daar geen actie op nemen zal de maatschappelijke spanning zeer toenemen. Daarom is de vraag dringend: wat kunnen we doen en wat wil jij daaraan bijdragen.

Hier geven we globaal aan wat mogelijkheden voor actie zijn, op Wat kan ik doen? werken we dat verder uit. 


Maatschappelijke actie

 Zoals Herman Tjeenk Willink ook aangeeft, kunnen we niet voor alles wat maatschappelijk niet goed gaat naar de overheden wijzen (1). Burgers, bedrijven en instellingen zullen ook en vooral aan de slag moeten in 'vitale coalities' (2), waar mogelijk samen met de overheden

 



Burgerparticipatie 

Allereerst zijn de burgers, dus wijzelf aan zet. Hoewel op kleine schaal kan ieder van ons een maatschappelijke bijdrage leveren. Bijvoorbeeld door het aanpassen van gedrag en consumptie, of door het steunen van en bijdragen aan burgerinitiatieven.

We zien steeds meer coöperaties ontstaan, zoals energiecoöperaties, zorgcoöperaties, gebiedscoöperaties en broodfondsen. Daarmee grijpen burgers zelf in op bijvoorbeeld ecologische kwetsbaarheid. Deze trend, wel aangeduid als 'commonisme', wordt gezien als mogelijkheid tot transitie buiten de politiek (3).  Naar schatting zijn in Nederland inmiddels een miljoen mensen bij dergelijke acties en initiatieven aangesloten (Jan Rotmans, zie (4), p28). 

Zie ook het 'Right to Challenge', dat burgers in staat stelt taken van de lokale overheid over te nemen. Evengoed dienen overheden daarin een initiërende, stimulerende en blijvend faciliterende rol te spelen.  

Bedrijven en instellingen 

Bedrijven en instellingen kunnen aanzienlijke stappen zetten om de genoemde kwetsbaarheden te verminderen. Ze kunnen zelfstandig duurzaamheid realiseren, maatschappelijke waarde voorop stellen, meer ruimte voor professionals bieden en hun economische kwetsbaarheid reduceren. 

Zo bewegen ze naar 'waardevolle' en meer 'Rijnlandse' organisaties', die maximaal gericht zijn op de klant en waarbij de professional de hoofdrol vervult (5)
Dat vergt uiteraard een aanzienlijke transitie (6), aangeduid als een 'evolutionaire revolutie' (Jan Rotmans, zie (4)). Rotmans geeft overigens aan dat nu nog geen 5% behoort tot de transformatieve bedrijven (zie 4, pag 63).

Het (hoger) onderwijs kan hierbij een aanzienlijke rol spelen. We zien bijvoorbeeld veel 'fieldlabs' vanuit onderwijsinstellingen, samenwerkingen tussen gemeenten, onderwijs en bedrijven (20) rond de 'Sustainable Development Goals' (21). Daarbij is een relevante rol mogelijk voor het hoger onderwijs (22).


Politiek

Niet elke kwetsbaarheid is door burgers en bedrijven alleen weg te nemen. Daarom is het noodzakelijk dat ook de politiek de kwetsbaarheden aanpakt. 

Zo maakte de recente Corona-crisis duidelijk dat een regering die stevig ingrijpt, kan rekenen op brede waardering vanuit de samenleving, vrijwel onafhankelijk van politieke 'kleur'. Helaas was die stevigheid van korte duur.

Inadequaat handelen

We zien echter dat de regeringen zich onvoldoende bezig houden met de genoemde kwetsbaarheden. Waar iets fout gaat, lapt men bij, maar er wordt niet structureel ingegrepen. Terwijl juist de rol van een overheid hierop gericht zou moeten zijn.

Het gemis van een krachtig en verbindend verhaal, met een heldere politieke boodschap, leidt tot onbegrip voor het politieke handelen. Daarbij leidt dat politieke handelen -bij gebrek aan publieke dialoog- veelal tot het bezuinigen op zaken waar burgers juist aan hechten, tot verdraaiing van feiten door ministeries, tot fouten en onrechtmatigheden bij uitvoeringsorganisaties, en tot het doorschuiven van lastige kwesties naar volgende kabinetten. Dat versterkt de indruk dat een regering niet meer is dan een verlengstuk van de ambtenarij, het maakt het vertrouwen van de burger niet groter.

Herman Tjeenk Willink stelt dan ook: "De overheid functioneert niet goed. We hadden de afgelopen dertig jaar de pretentie dat de overheid efficiënt zou gaan werken, als een bedrijf. Maar dat blijkt niet te werken." (7)

Onvrede

De maatschappelijke onvrede met de politiek groeit. Dat is bijvoorbeeld zichtbaar in het lage vertrouwen in politieke partijen (8), maar ook in de verschuiving van stemmen naar nieuwe partijen. In algemene zin kan je stellen dat de burger het gevoel heeft dat de regeringen van de afgelopen decennia niet de vraagstukken hebben aangepakt die burgers als problematisch zien. 

Zoals bijvoorbeeld Harari aangeeft zijn het toch vooral verhalen die ons binden (9). Die politici met een duidelijk verhaal waren er vroeger (b.v. den Uyl, Marijnissen, van Mierlo, Bolkestein), maar nu is er geen krachtig en verbindend verhaal meer te horen. Zelfs op de sites van de meeste partijen is niet goed zichtbaar waar ze voor staan. De kiezer 'vlucht' daardoor naar de paar partijen die wel een (schijnbaar) helder verhaal hebben, dat aansluit bij de problematiek die de burger ziet  (16). Het volstaat zeker niet dit af te doen als 'populisme'.

Tom van der Meer: "Het zijn de politici zelf die zich een spiegel moeten voorhouden. Er is geen crisis van de democratie, er is een crisis van de gevestigde partijen. Zij zitten op een doodlopend spoor, maar blijken niet bij machte bij te sturen" (10).

Floris Alkemade zegt daarover: "Het lijkt er sterk op dat steeds meer kiezers, links en rechts, toe zijn aan een heel andere politieke cultuur, waarbij het juist het principeloos kortetermijndenken is dat onder vuur komt te liggen." (11)

Revolutie?

Tjeenk Willink predikt de revolutie? „Ja, als je daarmee kunt voorkomen dat zij uitbarst. Ik bedoel vanzelfsprekend geen bestorming van de Bastille. Je moet aansluiten bij de veerkracht binnen de maatschappij. Ik zeg de laatste jaren steeds tegen uitvoerders: accepteer niet automatisch beleid en regels die in strijd zijn met jullie professionele ethiek. Ook burgers zijn geen uitvoerders van het beleid van een tijdelijke politieke meerderheid.” (12)




 


Conclusie - Actie

Er is actie nodig om te voorkomen dat de tegenstellingen en ontevredenheid verder toenemen en leiden tot meer spanning tussen bevolkingsgroepen en verlies van maatschappelijke kwaliteit. Er is een nieuwe, betere balans nodig tussen welvaart (economisch), welzijn (sociaal, ecologisch) en welbevinden (aansluitend bij de eigen wensen en doelen). Die balans is te vinden door expliciet te sturen op maatschappelijke waarde, in wat hier is aangeduid als de 'betekeniseconomie'. 

Daartoe moet meer handelingsvrijheid en zeggenschap naar bedrijven, instellingen en burgers verplaatst worden, met actieve steun van overheden. Dat faciliteert burgers om zelf initiatieven nemen, of die ondersteunen. Het ondersteunt ook bedrijven en instellingen om in hun regio het verschil maken. Doel is dat ze die actie zelf inzetten, maar ook burgers kunnen als werknemer of als klant een bedrijf of instelling tot verandering aanzetten.
Daarbij moet volop ruimte zijn om te experimenteren met nieuwe oplossingen. 

Niet elke kwetsbaarheid is door burgers en bedrijven alleen weg te nemen. Dus moet ook de politiek actie nemen op deze kwetsbaarheden, in een open dialoog met burgers (13). Dat moet dan leiden tot actie met een zichtbaar effect op welzijn en welbevinden. 

WRR: "Juist omdat het behartigen van publieke belangen een collectieve opgave is, hebben we behoefte aan een sterke en capabele overheid die de lijnen uitzet en – indien nodig – bijstuurt. Gezien de aard van een aantal vragen waarvoor de Nederlandse samenleving zich gesteld ziet – economische krimp, stijgende zorgvraag, klimaatverandering, milieuproblematiek en woningtekorten – is dit een zeer urgente opgave." (14)

In de huidige situatie is dit nog onvoldoende aan de orde. Dat vraagt dus ook om actie van burgers, bedrijven en instellingen richting het huidige politieke systeem.

In de recente miljoenennota 2021 worden enkele kwetsbaarheden geadresseerd. De vraag blijft echter of dit leidt tot oplossingen of tot marginale ingrepen (enkele euro's verhoging van de prijs van een vliegreis) of zelfs geen wezenlijke uitvoering (zoals de CO2 maatregelen die door Urgenda afgedwongen moesten worden).
Overigens lijkt er -met de verkiezingen in zicht- enige politieke beweging te komen, zowel over (economische) sturing (17) als over duurzaamheid (18).

  

Kees Klomp (15)




  1. Tjeenk Willink, H. (2019). Groter denken, kleiner doen. Prometheus 
  2. Schrijer, D. (2019). Groeien aan de Maas, De verbindende kracht van Vitale Coalities
  3. Zie bijvoorbeeld De nieuwe commons en Commonisme
  4. Jan Rotmans. (2017). Omwenteling. De Arbeiderspers 
    Over dat boekAls je zelf wezenlijk wilt veranderen moet je je eigen weerstand overwinnen 
    Ook: ‘We moeten nú duurzaam doorpakken!’ 
  5. Jaap Peters, Mathieu Weggeman. (2019).  Het Grote Rijnlandboekje, Business Contact
  6. Zie https://maatschappelijkewaarde.nl/De-transitie/
  7. Tjeenk Willink, Herman. (2018). NOS.
  8. Nationaal Kiezersonderzoek 2017 - Afkeer en afzijdigheid 
  9. Harari, Y.N. (2018). 21 lessen voor de 21e eeuw - H9. Thomas Rap
  10. Tom van der Meer, (2017). Niet de kiezer is gek. Spectrum
  11. Floris Alkemade, (2020). De toekomst van Nederland, Uitgeverij Thoth
  12. Tjeenk Willink, Herman. (2011). (NRC)
  13. Daan Roovers en Eva Rovers: "Laat burgers politici helpen: organiseer een burgerberaad" (NRC)
  14. WRR. (2020). Kwetsbaarheid en veerkracht
  15. Kees Klomp: Videocollege over Welvaart, Welzijn en Welbevinden
  16. Piet de Rooy (NRC): Weer is het populisme het antwoord op een dwalende tijd
  17. De staat mag weer bijsturen. Maar hoe? - NRC
  18. Discussie over noodzakelijke verandering onder 2e kamerleden bij de Duurzame Dinsdag